Wouter Weylandt (1984 – 2011)

BRUSSEL – De échte carrière van Wouter Weylandt moest eigenlijk nog beginnen. Maar ondertussen is alles voorbij. De olijke Gentenaar had ondanks een zege in de Vuelta én de Giro nog altijd de status van belofte. Weylandt was een talentrijke speelvogel, maar vooral een pechvogel.

Op de voorstelling van Leopard-Trek in Kirchberg begin januari keek de amper 26-jarige Oost-Vlaming gretig het nieuwe wielerseizoen tegemoet. Hij was ontzettend blij dat hij voor zijn nieuwe werkgever alle grote koersen zou mogen rijden. ‘De Ronde van Vlaanderen, Parijs-Roubaix. Misschien de Tour de France’, zei hij met grote ogen. ‘Bij Quick Step was dat nooit zeker. Vandaar dat ik zo blij ben met mijn overstap naar de ploeg van Cancellara.’

De Giro stond aanvankelijk niet op zijn programma. Pas in april begon de ploegleiding met hem over de Ronde van Italië te praten. ‘Ik heb niet veel kansen om me te meten in de spurt, maar door het uitvallen van Bennati (sleutelbeen in de Ronde van Romandië, red.) ben ik de enige spurter van Leopard-Trek.’

Weylandt was een talent pur sang toen hij op amper 20-jarige leeftijd door Patrick Lefevere werd ingelijfd. Hij had als belofte majestueus de Grote Prijs van Waregem gewonnen. Maar in plaats van als neoprof een jaar later aan Dwars door Vlaanderen deel te nemen, stond hij er als toeschouwer. Klierkoorts had hem geveld. In de Grote Prijs Briek Schotte in Desselgem boekte hij in het najaar van zijn maidenseizoen een eerste succesje. Uiteindelijk zou hij als prof een twintigtal wedstrijden winnen in de sprint.

Vuelta en Giro

Een topspurter genre Mark Cavendish was Wouter Weylandt niet. Hij was eerder een sprinter van de tweede lijn. De doorbraak kwam er in 2007 toen hij zes overwinningen behaalde, maar in september 2008 deed hij in de Vuelta voor het eerst internationaal van zich spreken. In Valladolid haalde hij met succes uit. Hij was zot van blijheid.

De eeuwige twijfelaar in Wouter Weylandt kreeg in hartje Spanje het bewijs dat hij mocht blijven dromen van een grote toekomst. Al beleefde hij zijn allermooiste koersmoment vandaag precies één jaar geleden in Middelburg, waar hij in een gekke spurt een etappe won in die voor hem zo vervloekte Giro.

Want naast een palmares aan overwinningen dat hij nog volop aan het bouwen was, had de boezemvriend van Iljo Keisse ook al een waslijst aan tegenslagen te verwerken gekregen. Pech was de rode draad in de loopbaan van de Gentse volksjongen. Hij had in 2008 nog maar net een Vuelta-etappe gewonnen, of een paar dagen later hing hij in de kruin van een boom bij de afdaling van de Alto de Colladona in het park van de Picos de Europa. ‘Ik vloog zeker vijftien meter een ravijn in. Gelukkig ben ik maar aan beide knieën wat geschaafd’, zei hij toen. ‘Het had erger gekund.’

Eenzelfde verhaal vorig jaar in de Giro. Na de hemel onmiddellijk weer de hel. In de twaalfde rit haalde hij zelfs de start niet. Hij voelde zich ziekjes. Zodanig zelfs dat er voor zijn An Sophie niets anders opzat dan hem naar de spoedafdeling van het UZ van Gent te voeren. Hij bleef lang op de sukkel met maag- en spijsverteringsproblemen. Een breuk van het handwortelbeentje in de Vuelta van 2009 en een ribbreuk in de cyclocross Boonen & Friends in Mol waren peanuts bij wat hem dit jaar zou overkomen.

Frederiek Nolf

Bij Leopard-Trek mocht hij dan wel de grote koersen rijden, toch keek hij met een bang hartje naar de Ronde van Vlaanderen. ‘Ik heb zwaar last van een pollenallergie, waardoor ik een derde van mijn longinhoud mis’, zei hij in het D-Hotel in Marke. Zijn zwangere vriendin An Sophie keek bezorgd toe.

Drie dagen later dan was er die crash in de Scheldeprijs van Schoten. Maar ingepakt als een mummie trok hij toch naar Parijs-Roubaix. Daar waar hij twee jaar geleden elfde was geworden en de rode loper had uitgerold voor de derde zege van Tom Boonen, een kopman waarvoor hij een oneindige bewondering had.

Die vrijdag voor Parijs-Roubaix hadden we een lang gesprek met Wouter Weylandt. Hij zat met de plotse dood van zijn goede vriend Frederiek Nolf en met het vreselijke trainingsongeval die zijn maat Kurt Hovelijnck meemaakte. ‘Ik was erbij toen Kurt zo zwaar op zijn hoofd viel. Al die rampspoed valt me zwaar. Ik sta op en ga slapen met Nolfke. Ik kan het zo moeilijk uit mijn hoofd zetten.’ Alsof hij dan al in de gaten had dat het noodlot het zou halen van een zorgeloze toekomst als topcoureur.

Bron : De Standaard.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes:

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong> 


*